nootje

Zang in 19e eeuw

 Romantiek (1790-1850)

Rond begin 19e eeuw stond steeds meer in het teken van de ‘gevoelsmens’. Er werd geschreven over: verlangen, eenzaamheid, Weltschmertz, heimwee, in de Duitse letterkunde de ‘Sturm und drang’- periode genoemd. Goethes jeudgwerk: Die leiden des jungen Werther is hiervan een voorbeeld. In de eeuw van de Romantiek veranderde de techniek van zowel de stem als van instrumentalisten van virtuositeit, zoals bij Liszt (piano) en Paganini (viool), naar de uitdrukkingskracht in de legatolijn en in het woord. Opera werd in de 19e eeuw steeds meer voor het volk toegankelijk en de salon nodigde kunstenaars uit om op te treden.

Gioachino Rossini (1792-1868)

zorgt voor een nieuwe operastijl, de grand opera

The Barber of Seville - 'Ecco, ridente in cielo' (Juan Diego Flórez, The Royal Opera)

The Barber of Seville – ‘Ecco, ridente in cielo’ (Juan Diego Flórez, The Royal Opera)

Rossini en Bellini schrijven fiorituren en coloraturen helemaal uit.

Vincenzo Bellini (1801 – 1835)

Vincenzo Bellini - Missa No.2 in G-minor (1825)

Missa No.2 in G-minor (1825)

De chromatiek, een serie stijgende en/of dalende halve tonen ontstond ook in zangpartijen zoals bij de sopraan-aria

CASTA DIVA - RENÉE FLEMING

Casta Diva – Renée Flemming

Deze langzame ontwikkeling, die eind 18e eeuw, vooral onder invloed van Christoph Willibald Gluck: Anne Sofie von Otter;  O del mio dolce ardor uit inzette – een tendens die juist van de virtuositeit afleidde, komt eind 19e eeuw pas tot een vorm bij Richard Wagner Nina Stemme – Tristan und Isolde – Liebestod.

Belangrijk voor de zangkunst was dat de piano de huiskamer inkwam

Franz Schubert (1797 – 1828)

Franz Schubert - Winterreise

 

Schubert "Stabat Mater" Michel Corboz

 

De da capo-aria met haar a-b-a-vorm bijvoorbeeld: Handel – Messiah, “He was despised” met Bernarda Fink maakt plaats voor tweedelig samengestelde aria.
aba = driedelige liedvorm; aaba = tweedelige liedvorm

Robert Schumann (1810 – 1856)

Bernarda Fink; "Frauenliebe und -leben"; Robert Schumann

Felix Mendelssohn (1816 -1847)

F. Mendelssohn Bartholdy Ich wollt´, meine Lieb ergösse sich

1e duet uit Op. 63

Johannes Brahms (1833 – 1897)

Anne Sofie von Otter; "Zigeunerlieder"; Johannes Brahms

Brahms, An die Nachtigall, op. 46 n. 4 (1868), with score and subtitles

Camille Saint Saëns (1835 – 1921)

Ekaterina Semenchuk “Mon coeur s'ouvre a ta voix” | Samson et Dalila (Camille Saint-Saëns)

 

Saint-Saens: Danse macabre, Op. 40

 

Antonin Dvorak (1841 – 1904)

Songs My Mother Taught Me (orig.) Dvorak - Manca Izmajlova

Jules Massenet (1842 – 1912)

Jules Massenet: Elegie for soprano, cello & piano Helena Juntunen,Richard Lester,Juhani Lagerspetz

 

Gustav Mahler (1860, Tsjechië – 1911)

Anne Sofie von Otter: The complete "Kindertotenlieder" (Mahler)

Er worden steeds hogere eisen aan de stem gesteld: het volume moet omhoog en de stem moet steeds langere lijnen kunnen zingen. Bij Verdi moet de ‘hoge C’ door tenor en sopraan zonder falcet gezongen worden.

Opera Singers - The Soprano High C (C6) - High Notes Battle

Opera Singers – The Soprano High C (C6) – High Notes Battle

Parijs werd een belangrijk centrum voor de opera voor eigen en Italiaanse operacomponisten:

Operagenres in Parijs waren:

Operette

Regels van dit genre zijn:

  • grappig libretto
  • gemakkelijk in ’t gehoor liggende muziek
  • dansbaar

Voorbeeld: Offenbach La vie Parisiene  ouverture

Giuseppe Verdi (1813 -1901)

Alle aspecten van de de grote opera zijn in de vele werken van Verdi te vinden: het imposante koor, het ballet, het grote feest. Hij trouwde met de zangeres Giuseppa Strepponi die van grote invloed was op de cantabiliteit (zingbaarheid) van zijn stukken. Verdi is bovendien enorm van invloed geweest bij de ontwikkeling van de zangstem. Deze werd verlaagd naar een meer dramatisch type in plaats van de falcetstem bij mannen en de hoge C bij de sopranen. De mezzo-sopraan en de bariton zijn in opkomst.

Klik voor complete Opera’s van Verdi op onderstaande lijst:
  • Les vepres siciliennes

Verdi heeft nog veel meer opera’s geschreven….

Duitsland en Oostenrijk

Duitsland componisten gebruiken onderwerpen uit de natuur, bijvoorbeeld het bos, de zee en sprookjesfiguren.

Francis Jean Marcel Poulenc (1899 – 1963)

Angela Gheorghiu - Poulenc: Les chemins de l'amour - Romanian Athenaeum Bucharest - April 2013

Richard Wagner |(1813-1883)

Wagner creëerde intense karakteriseringen van personen, herinneringen en symbolen voor begrippen als liefde, noodlot en feest. Vaak zijn motieven symfonisch met elkaar verweven maar ook kunst, literatuur, actie, dans en decor worden met elkaar verweven. Samen met Julius Hey sticht hij de eerste zangschool in Duitsland (Erste Deutsche Singschule)

Hij had een relatie met Mathilde die hem inspireerde tot de liedcyclus:

Marilyn Horne: Wesendonck-Lieder by Wagner

Wagner werkte 20 jaren lang aan het 4-luik Der Ring des Nibelungen:

  1. Das Rheingold
  2. Die Walküre
  3. Siegfried
  4. Götterdämmerung

C.M. von Weber (1821)

H. Marschner – Hans Heiling (1833)

Komische Duitse opera’s:

A. Lortzing

O.Nicolaï – Die lustigen Weiber von Windsor

Weense operette

Franz von Suppé (1819-1895)

Karl Millöcker (1842-1899)

Franz Lehar (1870-1948)

Harmonisch werden grenzen verlegd: weg van de grote en kleine drieklank klinkt een lied als Clair de lune klinkt heel anders …

Gabriël Fauré (1845-1924)

Véronique Gens, "Claire de Lune," op. 46, No. 2, Paul Verlaine

door Véronique Gens,

of Clair de lune met dezelfde tekst van

Claude Debussy(1862 -1918)

Claude Debussy - "Clair de Lune" for voice and piano (audio + sheet music)

Debussy: Pelléas et Mélisande - Glyndebourne, Thomlinson, Oelze

Sergej Rachmaninov (1873-1943)

Rachmaninoff - Six Romances Op. 4

Maurice Ravel, (1875 -1935)

Maurice Ravel - Shéhérazade [With score] (Reupload)

Hugo Wolf (1860-1903)

Anne Sofie von Otter; "Mignon Lieder"; Goethe-Lieder; Hugo Wolf